|
DE
DONKERE DUINEN
VAN
ADELLIJK BEZIT TOT NATUURPARK
Dat
het gebied de Donkere Duinen als een duineiland tot het einde van de
vijftiende eeuw omgeven was door het water van de Noordzee is nu moeilijk
voor te stellen. Nog minder dat het gebied in zeewaartse richting veel
groter was. Minstens tweederde deel is door veranderde stromingen en getij
invloeden ten westen van de huidige kustlijn weggeslagen. Pas nadat de
zeegaten Heersdiep (ter hoogte van de Middenvliet) en het Gat (iets ten
noorden van de Donkere Duinen) aan het eind van de vijftiende eeuw
verzandden kwam daar een einde aan. Door de aanleg van de Zanddijk in 1610
kwam het gebied definitief tot rust. Wat er van het duineiland
uiteindelijk overbleef kennen wij nu als het strand en de duinen tussen
strandslag Duinoord en strandslag Donkere Duinen met het daarachter
liggende gebied de Donkere Duinen. Het voormalig duineiland liep van west
naar oost in gerekte vorm met de stroming van de zeegaten mee, iets wat
nog steeds zichtbaar is aan de loop van de Jan Verfailleweg langs de
bosrand. De naamgeving is een verbastering. Omdat het duinterrein de
Donkere Duinen vóór de aanplant van dennen en loofhout geen opvallend
verschil te zien gaf met de noordelijke duinen is de naam Donkere Duinen
niet op grond van kleurindruk, maar volksetymologisch (woordafleiding) te
verklaren: zodat de naam Ooghduinen (Oogh
= eiland) verbasterd is tot
d’
Hoogeduinen, tot d’ Ogerduinen tot Donkere Duinen. Zoals ook de naam
Doggersvaart ontleend is aan de vroegere Ooghduinen.
Isaäc Le Maire
Het
was de Amsterdamse koopman Isaäc Le Maire die in 1599 uit de boedel van
graaf Lamoraal van Egmond gronden kocht. Waaronder ook het gebied dat wij
nu kennen als: de Donkere Duinen, Nieuw Den Helder en de Schooten. Voor
die tijd huurde het Huisduiner dorpsbestuur deze gronden uit het Egmond
bezit voor f 70-, per jaar.
Maar de graaf van Egmond, door schuldeisers lastig gevallen, verkocht in
1598-1600 op aandrang van de Staten van Holland zijn grondbezit in het
noorden van het gewest
waaronder die van de ‘Banne van Huisduinen’.
Dat
we bij de liquidatie van dit grafelijk bezit de koopman Isaäc Le Maire
als belanghebbende zien optreden is niet zo verwonderlijk. Hij zag in deze
gronden een gunstig beleggingsobject met goede winstmogelijkheden. Dat was
het gevolg van de hoge graanprijzen zodat de landbouw in gunstige
economische omstandigheden verkeerde. Maar landbouwgrond was schaars.
Uitbreiding van oppervlakte aan gronden door ontginning, droogmakerij en
inpoldering waren dan ook tot omstreeks 1640 de belangrijkste middelen om
aan grond te komen. De belangstelling van grote kooplieden voor
inpolderingen en
droogmakerij was daarom ook begrijpelijk. Voor hun waren het
beleggingsobjecten om gelden, die met de overzeese handel verdiend waren,
rendabel te maken. Vandaar ook het plan van Le Maire om door het
inpolderen van gronden, als nu Nieuw Den Helder en De Schooten, een hoge
grondprijs te maken. Het was zeker niet zijn bedoeling om het gebied te
behouden. En dat hij door die koop toevalligerwijs ook eigenaar werd van
het duingebied de Ooghduinen (Donkere Duinen) was toeval, dat hoorde bij
het totale grondbezit van het adellijke geslacht Van
Egmond. Hun bezit
hier strekte zich vanaf Huisduinen uit tot ter hoogte van de
Scheidingsvliet nabij de Groote Keeten, daarachter, richting Callantsoog,
begon het bezit van de Heren van Brederode.
Koopman
van de Compagnie |