|
|
|
Boswachter Groen Na boswachter Hagen werd W. (Willem) Groen als boswachter aangesteld en hij vertelde mij tijdens een gesprek over het bos dat hij bij de gemeente was begonnen in de kwekerij van de plantsoendienst: ‘Maar als kind kwam ik al veel in het bos voor de vogels, omdat ik lid was van de Nederlandse Jeugdbond van de Natuur. Ik ringde dan veel vogels, samen met meneer Schoorl, de oude onderwijzer, en we hingen nestkastjes op. Toen er een boswachter werd gevraagd werd ik aangenomen en kwamen we met mijn gezin in de boswachterswoning in de Donkere Duinen te wonen. Later is die woning gesloopt. Dat was een gemeentewoning, een tweekamerwoning echt ouderwets, met boven drie slaapkamertjes. Er was geen zolder, wel een grote keuken, geen douche, geen gas maar butagas en warm water moesten we met een keteltje warmen. De gemeente onderhield het huis, de meeste mensen dachten dat wij voor niets woonden, maar dat was niet zo, ja, het boswachter uniform kreeg ik van de gemeente. Later zijn er op die plek de volières gebouwd. Je kan nog zien waar het oude huis heeft gestaan, bij die hoge bomen waar nou de beesten zitten. Daar ligt ook de molensteen, die komt uit de Molenstraat, want er heeft vroeger aan de Molengracht een molen gestaan. Die steen kwam uit de grond, ‘of ik er wat aan had’, en dat vond ik wel leuk, die hebben we bij de volières gelegd, want het hoort bij Den Helder. In
die dagen liep ik wel zo’n dertig kilometer per dag want het gebied was Ik heb ook enorm veel excursies gegeven, aan scholen en zo. Vroeger kwam dat niet zoveel voor, toen kwam iedereen nog met de fiets totdat de auto kwam en er aan de overkant dat parkeerterrein is gekomen. Daar was toen ook de houtenkiosk met een fietsenstalling van tante Roos met haar man Jan uit Tuindorp. Later kwam de camping, voor de campinggasten gaf ik één keer in de week een rondleiding, en op de camping gaf ik lezingen. Zo heb ik ook de hele inventarisatie gemaakt voor de werkgroep Atlas van de paddestoelen, de planten en vogels. Verder was ik ook onbezoldigd ambtenaar van de gemeente, politie-ambtenaar, en als het moest kon ik een bekeuring geven. Zoals aan Bertus Kikkert de stroper. We gingen gewoon met elkaar om en toen Bertus stopte zijn we nog op zijn afscheidsreceptie geweest. Ik heb ook nooit last met hem gehad en als hij wat had dan zei ik ‘nou Bertus’ en dan was het klaar dan was het over. Want er waren slechtere hoor’. Sinds 1 mei 1993 is het boswachterschap in Den Helder opgeheven, J. de Bruin was de laatste. Het bos is een open gebied geworden en in de toekomst zal het naaldbomenbos vervangen zijn door loofbomen die geen hinder hebben van de hoge waterstand. Uitgangspunt is om het beheer te richten op de natuurlijke ontwikkelingen. Inmiddels groeien al duidelijk zichtbaar de jonge struiken van de braam, lijsterbes, meidoorn, vlier en kamperfoelie op plaatsen waar de dennen zijn verwijderd. Isaäc Le Maire, koopman en bedijker, door Henk Schoorl. Zeshonderd jaar water en land, door Henk Schoorl. Atlas van de natuurgebieden in de gemeente Den Helder, naar een initiatief van J. K. Schendelaar, onder redactie van F. Creutzberg, J. Punselie, G. A. Roos en G. J. Welgraven. Aanleg Donkere Duinen, gemeentearchief Den Helder. Gemeente Jaarverslagen, gemeentearchief Den Helder. Wandelgids de Donkere Duinen, een uitgave van de Groene Poolster (1999). |
|
vogelleven |