|
Boswachters
gunst
 |
Voordat
Willem Groen in 1956 boswachter in het Helderse bos werd, had ouwe
Hagen daar vanaf 1933 het heft in handen gehad. Hij is voor mij
altijd een gemakkelijke man geweest. Zag hij me tijdens zijn
dagelijkse gang rond het bos, dus buiten zijn rayon staan fretteren
of klemmen "zetten", stak hij vriendelijk z'n hand
op en liep verder. Kwam ik hem 's morgens vroeg na het lichtbakken
rond het bos zo eens tegen, als hij bij Hoornsman melk ging halen en
ik het wild verzamelde, dan zei hij: "Ik hoorde je al vroeg,
Bertus! Hoeveel heb je er?"Leuke herinneringen heb ik aan hem.
Echter in 't begin hield hij er een rot hond op na.... Een kleine
Bouvier, welke veel van huis was en heel het bos en naaste
duin-omgeving afstruinde. Hij zocht vooral naar in een klem zittende
konijnen en vond hij die, dan trok hij mét het konijn, ook het
verankerpaaltje de grond uit en weg was de klem met inhoud! Ruim 20
was ik er door hem kwijt geraakt, toen ik de dief op een morgen in
één mijner klemmen aantrof. Was voor een hol wezen snuffelen en
klik! vast zat hij. "Ik sla hem dood", was het eerste dat
in mijn gedachten kwam. Toen ik mooi pratend op een meter afstand de
knuppel ophief, nam hij een sprong en "Hup"het paaltje de
grond uit en jankend nam hij de benen. Ik er achter aan. Na 50 meter
wilde hij tussen prikkeldraad door en haakte de ijzeren klem daaraan
vast. Weer gaf de hond een ruk, maar ditmaal bevrijdde hij zich van
de klem en hinkend ging hij richting boswachterswoning. Die klem had
ik dan weer, en 14 dagen lang had ik geen last meer van hem.... Toen
kwam ik Hagen tegen en die vroeg: "Bertus heb jij mijn hond in
een klem gehad?"Hij kwam laatst jankend thuis en had wat vel
van een voorpoot af"..."Ja!" zei ik,"En hij is
er nog goed vanaf gekomen. Nadat hij zo'n 20 klemmen met konijnen en
al had meegenomen, trapte hij er zelf in één. Toen ik met een
dikke knuppel |
bij hem kwam, was
hij zo fortuinlijk op tijd het paaltje te wippen, en later rukte hij
zijn poot uit de klem los". "Zo!"zei Hagen:
"Heeft hij je al zoveel klemmen gekost?"Vond je er nooit
weer één terug? Ja, die hond loopt steeds weg en voor de jacht is
hij waardeloos. Ik geef hem wel met Siep van der Wind mee naar een
weekmarkt, dan heb jij ook geen last meer van hem. Dan doe ik een
paar Spanieltjes!"Boswachters gunst dus........
 |
Wat
later op een mooie namiddag zette ik achter het bos flink wat
klemmen uit. Goed uitkijkende zag ik, toen ik er nog 5 over
had, langs het rijwielpad twee fietsende jonge mannen
aankomen. ik ging even tegen een duintje aanzitten en beneden
mij gekomen, stapte het tweetal af en gingen naar mij staan
kijken. "Wegwezen!"dacht ik; "Vooral geen
klemmen meer uitzetten nu, want als zij dat zien en ze
onthouden de plekken, weet je nooit wat ze doen, als je weg
bent". Stond op en ging de bosrand in. Zou die laatste 5
binnen het bos gaan plaatsen. Nu wist ik naast de bosvijver
een kunstmatig opgeworpen duintje, een daarin zaten naar ik
meende, zeker 15 konijnen. Dwars door het verboden bosdeel
gaande trof ik een heel mooi hol aan, waarin ik een konijn zag
binnen gaan. Bezig daardoor een klem op te stellen, kwam er
een trainende hardloper langs. Het was Sjors, chauffeur bij
een bierbottelaar. Een leuke knul, die altijd groette. Ik
bleef gewoon mijn gang gaan en we praten wat....Beiden gingen
we weer ons weegs. |
 |
Dacht
nog: "Zou ik terug gaan en het ding uit de gond
halen? Ach nee; waarom zou hij naar Hagen lopen, om die
plek te wijzen. Nonsens, zo'n leuke knul".
Liep door en plaatste de 4 overigen rond de opgeworpen
heuvel. Toen ik er vlakbij kwam waren er 5 konijnen naar
binnen gewipt. Een prima plekje! Weet hoeveel er
woonden...Besloot er na goed uur al weer te zijn. De
gevangen dieren er uit te halen, de sprenkels opnieuw te
"zetten" en meteen langs al de anderen te
gaan. Na ruim een uur was ik weer ter plaatse, maar alle
4 de klemmen waren spoorloos. Wel spoorde ik hondepoten
en voetafdrukken. Zou Sjors me hebben nagegluurd? Vlug
naar de 5de klem. Was die óók weg, dan was Sjors 'n
verrader!! Nu de 5de wás weg, dus wist ik waar ze
waren! Wat een rotjoch! Goed een week later besloot ik
's nachts na het klemmen nalopen, even bij Hagen zijn
schuurtje langs te gaan, om door de raampjes te
schijnen, want het zat me niet lekker: uit zichzelf
zocht die man nooit, maar in zo'n geval móest hij wel!
En, wat zag ik daar? Aan vijf spijkers hingen even
zoveel klemmen; zwart door het invetten. Om de hoek was
een dubbele deur. Even proberen! Eén knie tegen één
deur en aan de andere trekken... Heel gemakkelijk ging
die open. Eén voet naar binnen, de klemmen gepakt en
naar buiten gegooid. Toen met een takje de voetindruk
weggewist. Bij het op de grond neerkomen der klemmen had
één Spanieltje even aangeslagen, maar hield zich dra
weer koest.... Toen ik de klemmen in de jute zak deed,
begonnen beiden te blaffen en ging het slaapkamerlicht
aan. Deur dicht en wegwezen dus! Een paar dagen later
kwam ik boswachter met de hondjes tegen....Voelde me
toch niet zo op mijn gemak. Stapte als gewoonlijk van de
fiets en na een wederzijdse groet en een praatje over
het weer zei hij: "Ik zag, dat je de klemmen
gevonden hebt?" "U mag nooit meer
raden...."zei ik maar; wat moest ik anders. Hij:
"Och, ze waren aanvankelijk óók van
jou!"Opgeruimd sprak hij verder, zonder een
sprankje nijdigheid in zijn stem. "Ik hoop dat je
er nog heel wat mee mag vangen Bertus", zei hij
nog, en ik weet, dat hij het meende.....

|
|
|
|